Terug naar vorige
Een man woont in 2021 een deel van het jaar in Nederland en een deel in Frankrijk. Hij geniet inkomsten uit pensioen en AOW. De inspecteur legt een aanslag op waarbij geen ouderenkorting wordt verleend.
Woonsituatie en inkomsten
De man woont van 1 januari 2021 tot 1 april 2021 in Nederland en daarna tot 31 december 2021 in Frankrijk. Hij wordt in de Franse periode niet aangemerkt als kwalificerend buitenlands belastingplichtige. In 2021 geniet de man in totaal € 66.981 aan inkomsten, bestaande uit een pensioenuitkering van € 55.961 en een AOW-uitkering van € 11.020. Hiervan is € 16.745 toe te rekenen aan de Nederlandse periode en € 50.236 aan de Franse periode. Op de aanslag inkomstenbelasting 2021 staat een verzamelinkomen vermeld van € 16.745.
Ouderenkorting
De man stelt dat hij, uitgaande van het verzamelinkomen van € 16.745, recht heeft op een ouderenkorting van € 427. Het inkomen, dat hij in Frankrijk geniet, moet buiten beschouwing blijven. De inspecteur is van mening dat ook het in Frankrijk genoten inkomen moet worden meegenomen bij het bepalen van het verzamelinkomen. Dat het heffingsrecht over het inkomen in de buitenlandse periode (uitsluitend) aan Frankrijk is toegewezen, doet hier niet aan af.
Het belang van de aanslag
Ondanks dat het verzamelinkomen € 66.981 bedraagt, staat op het aanslagbiljet een verzamelinkomen van € 16.745 vermeld. Het hof acht in dit kader van belang dat (i) het verzamelinkomen zoals vermeld op de aanslag een voor bezwaar vatbare beschikking betreft, (ii) het verzamelinkomen op het aanslagbiljet het authentieke inkomensgegeven vormt voor de Basisregistratie Inkomen en (iii) de hoogte van de ouderenkorting direct gekoppeld is aan de hoogte van het verzamelinkomen. Omdat het verzamelinkomen zo’n belangrijk gegeven is, had het op de weg van de inspecteur gelegen om een in zijn visie onjuist verzamelinkomen op het aanslagbiljet ambtshalve te wijzigen. Aangezien dit niet is gebeurd, komen de gevolgen hiervan voor rekening en risico van de inspecteur
