Terug naar vorige
Een man drijft sinds 2002 een eenmanszaak. Volgens de inschrijving bij de KVK houdt hij zich onder meer bezig met de handel in auto’s en machines, maar ook met het verlenen van zorg aan ouderen. In 2019 verleent hij thuiszorg aan zijn buurvrouw. Voor deze werkzaamheden ontvangt hij € 41.600 uit haar persoonsgebonden budget (pgb). De SVb stort deze bedragen op de zakelijke bankrekening van zijn onderneming. In zijn aangifte inkomstenbelasting rekent de man deze inkomsten tot zijn winst uit onderneming. Daardoor kan hij gebruikmaken van ondernemersfaciliteiten. De Belastingdienst is het daar niet mee eens en merkt de inkomsten aan als resultaat uit overige werkzaamheden.
Onderdeel onderneming?
Volgens het hof vormen de zorgwerkzaamheden geen onderdeel van dezelfde onderneming als de overige activiteiten van de man. De zorgverlening verschilt daarvoor te veel van de handel in voertuigen, machines en andere werkzaamheden die vanuit de onderneming worden verricht. Dat beide activiteiten onder dezelfde handelsnaam plaatsvinden en de vergoedingen op dezelfde bankrekening worden ontvangen, maakt dat niet anders.
Onderneming?
Vervolgens beoordeelt het hof of de zorgactiviteiten op zichzelf een onderneming vormen. Ook dat is volgens het hof niet het geval. Daarbij weegt mee dat de man de zorgwerkzaamheden slechts voor één persoon verrichtte. Ook liep hij nauwelijks ondernemersrisico. Zo was er vrijwel geen debiteurenrisico en stopten de werkzaamheden zodra de buurvrouw werd opgenomen in een zorginstelling. Verder is niet gebleken dat de man actief nieuwe cliënten zocht of zijn zorgdiensten onder de aandacht bracht. Hoewel de omvang en de opbrengsten van de werkzaamheden aanzienlijk waren, vindt het hof dat de overige kenmerken van ondernemerschap onvoldoende aanwezig zijn.
