Terug naar vorige
Ruim 2,5 miljoen mensen in Nederland hebben een (deels) aflossingsvrije hypotheek. Uit onderzoek blijkt dat er bij huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek sprake is van een groot kennisgebrek over hun financiële situatie en de gevolgen van het aflopen van deze hypotheekvorm.
Voor een meerderheid van hen zal gelden dat er nu of in de toekomst geen problemen ontstaan met het voldoen aan de financiële verplichtingen. Echter, een aflossingsvrije hypotheek kan voor individuele huishoudens verhoogde financiële risico’s met zich meebrengen. Aan het einde van de looptijd van de hypotheek kan de situatie ontstaan dat een klant de hypotheek niet uit inkomen of ander vermogen dan de eigen woning kan herfinancieren of aflossen, wat ertoe kan leiden dat de woning verkocht moet worden, al dan niet met een restschuld.
Terugval van inkomen na pensionering kan deze risico’s vergroten. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft in 2021 onderzoek gedaan naar deze risico’s. Hieruit bleek dat ongeveer 78.000 huishoudens het risico lopen dat ze hun aflossingsvrije hypotheek niet kunnen herfinancieren op het moment dat deze afloopt, en een deel hiervan met een restschuld achterblijft. Het is mogelijk dat de omvang van deze groepen inmiddels is gewijzigd vanwege ontwikkelingen in onder andere lonen, woningprijzen en rentes.
De minister van Financiën deelt de zorgen over de mogelijke risico’s die gepaard gaan met aflossingsvrije hypotheken. Hij geeft aan in gesprek te blijven met betrokken partijen over aanvullende maatregelen en benadrukt dat beleidsrichtlijnen, zoals de werkelijkelastentoets voor senioren, reeds bijdragen aan verbetering. Er wordt erkend dat een stapeling van factoren, zoals het wegvallen van hypotheekrenteaftrek en striktere inkomensnormen, de financiële situatie van senioren kan bemoeilijken. Dit beperkt niet alleen de toegang tot financiering, maar kan ook de doorstroming op de woningmarkt belemmeren. Verder bevestigt de minister dat aandacht wordt besteed aan de impact van aanscherpingen door Europese toezichthouders en dat initiatieven zoals de ontwikkeling van doorstroomhypotheken voor senioren vanuit het regeerakkoord verder onderzocht worden.
